Alecto TM-16 Manual de usuario

1
GEBRUIKSAANWIJZING
MODE D’EMPLOI
USER’S MANUAL
GEBRAUCHSANLEITUNG
TM-16

2
METEN
ALGEMEEN.
Bij alle bereiken geldt dat een overload (een overschrijding van
het meetbereik) weergegeven wordt door een '1' op het display.
Verhoog in dat geval het meetbereik.
Een negatieve spanning of stroom wordt weergegeven door
een minteken (-) voor de uitlezing.
GELIJK / WISSELSPANNING.
Neem uiterste voorzichtigheid in acht bij het meten van span-
ningen boven 48 volt.
1. Verbind de rode testpen met de V/Ω/mA ingangsbus; ver-
bind de zwarte testpen met de COM ingangsbus.
2. Selecteer met de keuze schakelaar V = (gelijkspanning)
of V~ (wisselspanning) en de gewenste waarde; begin bij
een onbekende spanning altijd in het hoogste bereik.
3. Verbind de testpennen met het te meten object.
4. Meet de spanning en lees de waarde af op het display.
In de positie 500 V(DC) en 500 V(AC) geeft het display HV als
extra waarschuwing dat u te maken heeft met extra hoge
spanningen.
(NL)

3
GELIJKSTROOM:
Stroom wordt gemeten door een onderbreking in het circuit te
maken en daar de testpennen op te plaatsen.
Schakel ALTIJD de spanning van het test-object uit alvorens er
een onderbreking gemaakt wordt en neem NOOIT de
testpennen zomaar los van de schakeling zonder deze weer
eerst spanningsloos te maken.
1. Verbind de rode testpen met de V/Ω/mA ingangsbus voor
stromen beneden 200mA; verbind de zwarte testpen met
de COM ingangsbus.
2. Selecteer met de functie schakelaar een van de A =
meetbereiken; begin bij een onbekende stroom altijd in
het hoogste bereik.
3. Verbind de testpennen met de gemaakte onderbreking.
4. Schakel de spanning in en meet de stroom; lees de
waarde af op het display.
5. Schakel de voeding van het meetobject uit alvorens de
testpennen los te nemen.
Bij stromen groter dan 200 mA maar kleiner dan 10 ampère
dient de rode testpen in de 10A ingangsbus geplugd te worden
en dient de bereiken schakelaar in de positie 10 A= gezet te
worden.

4
WEERSTAND:
Bij het weerstand meten, stuurt de meter een stroompje door
de weerstanden meet de spanning die daardoor over deze
weerstand komt te staan; hieruit wordt de weerstand berekend.
Het meten van weerstand dient dus altijd in spanningsloze
toestand te geschieden.
Om meetfouten door parallel weerstanden te voorkomen, is het
raadzaam het onderdeel uit de schakeling te nemen en de vin-
gers niet in contact met de meetpennen te laten komen.
1. Verbind de rode testpen met de V/Ω/mA ingangsbus; ver-
bind de zwarte testpen met de COM ingangsbus.
2. Draai de keuze schakelaar in een van de Ωposities;
begin bij een onbekende weerstand altijd in het hoogste
bereik.
3. Verbind de testpennen met het te meten object.
4. Meet de weerstand en lees de waarde af op het display.
TRANSISTOR TEST:
1. Draai de keuze schakelaar in de positie hFe.
2. Plaats de te testen transistor in het transistorvoetje van
de TM-16; let op dat zowel de juiste polariteit (NPN of
PNP) als de juiste aansluitingen E(mitter), B(asis) en
C(ollector) gekozen wordt.
3. Meet de versterkingsfactor (hFe) en lees de waarde af
op het display.

5
DIODE:
Bij het meten van een diode geeft de meter de
drempelspanning in doorlaat-richting aan; in sper-richting zal de
meter 'overload' (1) aangeven.
Let op dat bij deze test dezelfde regels als bij het weerstand
meten van kracht zijn.
1. Verbind de rode testpen met de V/Ω/mA ingangsbus; ver-
bind de zwarte testpen met de COM ingangsbus.
2. Draai de keuze schakelaar in de positie.
3. Verbind de testpennen met de te meten diode.
Let op dat de meter alleen aangeeft of de diode spert, dan wel
geleidt; er is geen indicatie omtrent de kwaliteit van de diode.
BATTERIJ / ZEKERING
Een (bijna) lege batterij wordt weergegeven door het oplichten
van het batterijsymbool op het display. Bij een defecte zekering
zal het display altijd 000 aangeven (of '1' indien ingesteld op
ohm-of diode-meting).
1. Neem de meetsnoeren los van de meter.
2. Neem de achterwand los van de meter door de twee
schroefjes aan de achterzijde los te draaien.
3a. Batterij: Verbind de batterij met de 9-volt klip.
3b. Zekering:Vervang de defecte zekering (0,2 Amp / fast).
4. Sluit de meter.
opm: Gooi lege batterijen niet weg maar lever
deze in bij u plaatselijk depot voor klein
chemisch afval.

6
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.
-Controleer altijd de stand van de draaischakelaar alvo-
rens de meetpennen met het meetobject te verbinden.
-Indien een meetwaarde niet bekend is, begin dan de
meting met de schakelaar in het hoogste bereik en regel
deze stapsgewijs terug totdat de TM-16 een correcte
meetwaarde aangeeft.
-Verdraai nooit de bereikenschakelaar met de
meetpennen aangesloten aan het meetobject maar neem
deze altijd even los (let op: zie ook stroommeting).
-Vervang direct defecte of beschadigde meetsnoeren.
-Meet alleen spanningen en stromen die binnen het bereik
van de ingestelde meetwaarde blijven; overbelasting,
zeker in het 10 Amp. bereik, kunnen de meter bescha-
digen.
-Let op dat sommige apparaten (trafo's, motoren, spoelen
etc) een hoge inschakelstroom hebben.
-Meet nooit hoge spanningen in vochtige ruimtes en neem
een grote voorzichtigheid in acht bij het meten van
spanningen boven 48 Volt DC/AC.
-Na de meting de meter uitzetten (positie OFF), dit spaart
batterijen.
-Bij het zwakker worden van de display-uitlezing dient de
batterij vervangen te worden.
LVD: De TM-16 voldoet aan de normen EN 61010-1 en EN 61010-2-31 zoals
vastgelegd in de laagspannings richtlijn 73/23/EEC en 93/68/EEC
EMC: De TM-16 voldoet aan de normen EN 55011-3.1991 en EN 50082-1.1992
zoals vastgelegd in de EMC richtlijn 89/336/EEC.

7
MESURER
GÉNÉRAL:
Pour tous ls portées, un "overload" (dépasser de la portée) est
affiché par un '1' sur l'écran: augmentez la portée à mesurer.
Un tension négative ou le courant negative est affiché par un
moins (-) sur l'écran.
TENSION CONTINUE/TENSION ALTERNATIVE:
Soyez prudent si vous mesurez tensions plus haut que 48 volt.
1. Reliez la pointe de teste rouge avec la conduite d'entrée
V/Ω/mA; reliez la pointe de teste noir avec la conduite
d'entrée COM.
2. Tournez le commutateur des portées dans la position
correcte (V= tension continu, V~ tension alternative);
commencez dans la portée la plus haute en cas d'une
tension inconnue.
3. Reliez les pointes de teste avec l'objet à mesurer.
4. Mesurez la tension et la valeur est affichée.
L'écran affiche HV en cas de position 500 VDC et 500 VAC
comme prévention que l'appareil enregistre des tensions très
augmentés.
(FR)

8
COURANT CONTINU:
Faites une interruption dans le circuit. Mesurez le courant par
mettre les pointes de teste sur cette interruption.
Débranchez l'objet à mesurer avant de faire l'interruption et ne
prenez JAMAIS les pointes de teste sans qu'elles sont sans
tension.
Attention: certains appareils (transformateurs, moteurs, etc.)
ont un haut courant à la fermeture du circuit.
1. Tournez le commutateur des portées dans la position
correcte; commencez par la portée la plus haute en cas
d'une courant inconnue.
2. Reliez la pointe de teste rouge avec la conduite d'entrée
V/Ω/mA pour les courants moins que 200mA; reliez la
pointe de teste noir avec la conduite d'entrée COM.
3. Reliez les pointes de teste avec l'interruption dans le
circuit.
4. Embrayez la tension et mesurez la tension; la valeur est
affichée.
5. Débrayez l'objet avant de prendre les pointes de teste.
Enfichez la pointe de teste rouge dans la conduite d'entrée de
10A et mettez le commutateur des portées sur la position 10A
en cas que vous avez un courant jusqu'à 10 ampère.

9
RÉSISTANCE:
Le mètre donne un courant au résistance et mesure la tension
sur la résistance; à partir de ça on calcule la résistance.
Mesurez la résistance toujours quand l'appareil est sans
tension.
Afin d'éviter des erreurs de mesure par les résistances
parallelle, nous vous avisons de prendre la partie hors du
couplage et de ne pas toucher les pointes de teste.
1. Sélectionnez la valeur désirée; commencez dans la
portée la plus haute en cas d'une résistance inconnue.
2. Reliez la pointe de teste rouge avec la conduite d'entrée
V/Ω/mA; reliez la pointe de teste noir avec la conduite
d'entrée COM.
3. Reliez les pointes de teste avec l'objet à mesurer.
3. Mesurez la résistance; la valeur est affichée.

10
DIODES:
Le mètre donne la tension de seuil en fonction de la direction
de passage en cas que vous mesurez une diode; autrement le
mètre donne 'overload' (1) - surcharge (1).
Pour ce teste on a les mêmes règles comme pour mesurer la
résistance.
1. Reliez la pointe de teste rouge avec la conduite d'entrée
V/Ω/mA; reliez la pointe de teste noir avec la conduite
d'entrée COM.
2. Tournez le commutateur des portées dans la position
diode.
3. Reliez les pointes de teste avec la diode à mesurer.
Veillez à ce que le mètre seulement donne comme résultat si la
diode bloque ou conducte; il n'y a pas des indications
concernant la qualité d'une diode.
TESTE DE TRANSISTEUR:
1. Mettez le transisteur dans les raccordements 'transisteur'
du TM-16; attenttion: sélectionnez la polarité correcte
(NPN ou PNP) aussi que les raccordements correctes
E(metteur); B(ase) ou C(ollecteur).
2. Tournez le commutateur des portées sur la position hFe.
3. Mesurez le facteur d'amplification (hFe); la valeur est
affichée.
Tabla de contenidos
Idiomas:
Otros manuales de Multímetro de Alecto
Manuales populares de Multímetro de otras marcas

Gossen MetraWatt
Gossen MetraWatt METRAmax 6 Manual de usuario

PeakTech
PeakTech 4000 Manual de uso y cuidado

YOKOGAWA
YOKOGAWA 90050B Manual de usuario

Gossen MetraWatt
Gossen MetraWatt METRALINE DMM16 Manual de usuario

Fluke
Fluke 8846A Manual de operación y mantenimiento

Tempo Communications
Tempo Communications MM200 Manual de usuario












