Dik Geurts Lars 1000 Guía

Lees en bewaar dit document zorgvuldig
Please read and retain this document carefully
Dieses Dokument sorgfältig durchlesen und gut aufbewahren
Lisez et conservez soigneusement cette notice
INSTALLATIEHANDLEIDING NL/BE
INSTRUCTIONS FOR INSTALLATION GB/IE
INSTALLATIONSVORSCHRIFT DE/AT/BE/LU/CH
INSTRUCTIONS D’ INSTALLATION FR/BE/LU/CH
Lars 1000
Modivar 5
89000214.03
DRU-878356-NL-NL-0723-5

Plak hier uw typeplaatje.
Adhere your data plate here.
Hier das Typenschild einfügen.
Collez ici votre plaque signalétique.
2

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
INHOUD
1. Inleiding
2. Conformiteitsverklaring
3. VEILIGHEID
3.1 Algemeen
3.2 Voorschriften
3.3 Voorzorgsmaatregelen / veiligheidsinstructies bij installatie
4. Uitpakken
5. Installatie
5.1 Voorschriften
5.2 Rookgaskanaal
5.3 Convectie
5.4 Toestellen met ventilator(en)
5.5 Landspecifieke installatie-eisen
5.6 Buitenluchtaansluiting
5.7 Plaatsen Haard
5.7.1 Vrijstaande / Designhaarden
5.7.1.1 Ombouwen bovenaansluiting naar achteraansluiting haard
5.7.1.2 Plaatsen vrijstaande haard, algemeen
5.7.1.3 Plaatsen Designhaard
5.7.2 Inzethaarden (bestaande en nieuwe situatie)
5.7.2.1 In bestaande schouw of boezem
5.7.2.2 Bij een nieuwe situatie
5.7.3 Inbouwhaarden
5.8 Afronden installatie
6. Oplevering en onderhoud
7. End of life / Recycling
8. Storingen
9. Toestelspecifieke informatie
9.1 Luchtschuif en rookgasafvoer
9.1.1 Luchtschuif
9.1.2 Rookgasafvoer
9.2 Binnenbekleding
9.2.1 Vermiculiet
9.2.2 Vlamkeerplaat
9.3 Afstellen deur / Vervangen deurafdichting
9.4 Aanvullende installatie-instructies per toestel
9.4.1 Lars 1000
9.4.2 Modivar 5
Bijlage 1: Tabellen
Bijlage 2: Afbeeldingen
Bijlage 3: Eco Design
Bijlage 4: HETAS
3

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
1. Inleiding
Als fabrikant van haarden ontwikkelt en produceert DRU Verwarming producten volgens de hoogst mogelijke
kwaliteits-, prestatie- en veiligheidseisen. Deze houtgestookte Dik Geurts haarden zijn voorzien van een CE-merk,
dat alleen gevoerd mag worden voor haarden, die voldoen aan de essentiële eisen uit de Europese
Bouwproductenrichtlijn, waaronder eisen voor veiligheid, milieu en energiegebruik.
Bij de haard worden een installatiehandleiding en een gebruikershandleiding geleverd. Als installateur dient u
erkend en vakbekwaam te zijn op het gebied van houtgestookte toestellen.
De installatiehandleiding geeft u informatie, die u nodig heeft om de haard zo te installeren, dat deze goed en
veilig functioneert.
Deze handleiding schenkt aandacht aan de installatie van de haard en de daarbij geldende voorschriften.
Daarnaast treft u technische gegevens van de haard aan.
De afbeeldingen vindt u achterin dit boekje in de bijlage.
U dient de installatiehandleiding volledig en zorgvuldig te lezen en te gebruiken, alvorens u de haard installeert.
Neem bij vragen of twijfel altijd contact op met uw leverancier.
De gebruikershandleiding geeft u informatie, die u nodig hebt om het toestel goed en veilig te laten functioneren.
Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig alvorens de haard in gebruik te nemen.
In de handleidingen worden de volgende markeringen gebruikt om belangrijke informatie aan te geven:
Ø
Uit te voeren acties
!Tip
Suggesties en adviezen
!Let op
Deze instructies zijn noodzakelijk ter voorkoming van mogelijke problemen bij installatie en/of gebruik.
!LET OP
Deze instructies zijn noodzakelijk ter voorkoming van brand, persoonlijk letsel of andere ernstige schades.
Na oplevering dient u de gebruikershandleiding én deze installatiehandleiding te overhandigen aan de gebruiker.
De gebruiker dient de gebruikershandleiding en de installatiehandleiding zorgvuldig te bewaren.
4

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
2. Conformiteitsverklaring
De ondergetekende, vertegenwoordiger van:
Fabrikant:
DRU Verwarming BV
Postbus 1021
NL-6920 BA Duiven
Ratio 8, NL-6921 RW Duiven
Verklaart hiermee dat het door DRU uitgebrachte houtgestookte verwarmingstoestel door zijn ontwerp en
bouwwijze voldoet aan de essentiële eisen van de Bouwproductenrichtlijn en dat ze geproduceerd en verdeeld
wordt volgens de eisen van het Belgisch koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale
eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor
vaste brandstoffen.
Kenmerkende producteigenschappen / technische gegevens staan in Bijlage 1, Tabel 2 achterin de handleiding.
Door bedrijfsinterne maatregelen is gewaarborgd dat seriematig geproduceerde haarden aan de essentiële eisen
van de van kracht zijnde EG-richtlijnen en de daarvan afgeleide normen voldoen.
Deze verklaring verliest haar geldigheid als zonder schriftelijke toestemming van DRU wijzigingen aan het toestel
worden aangebracht.
R.P. Zantinge, Managing director
12-07-2022
5

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
3. VEILIGHEID
3.1 Algemeen
!LET OP
• Leest u dit hoofdstuk over veiligheid zorgvuldig door voordat u begint met installatie of onderhoud.
• Houdt u zich aan de algemeen geldende voorschriften en de voorzorgsmaatregelen/veiligheidsinstructies in
deze handleiding.
3.2 Voorschriften
Installeer het toestel volgens de geldende Europese, nationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften.
Voor Nederland geldt onder meer het Bouwbesluit.
3.3 Voorzorgsmaatregelen / veiligheidsinstructies bij installatie
Volg de onderstaande voorzorgsmaatregelen/veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op:
Ø
Installeer en onderhoud de haard alleen als u een vakbekwame installateur op het gebied van houtgestookte
toestellen bent.
Ø
Plaats de haard alleen in een ruimte, waarbij de locatie, de bouwtechnische constructie en de activiteit in deze
ruimte geen gevaar opleveren door het branden van de haard.
Ø
Plaats de haard afhankelijk van het type ophanging op een vloer, tegen een wand of aan een plafond met
voldoende draagkracht.
Ø
Houd rekening met eventuele brandbare schouwbalken boven de haard. Verwijder deze of breng volgens de
bouwrichtlijnen voldoende niet-brandbaar isolatiemateriaal volgens Eurobrandklasse A1 EN 13501-1 aan.
Ø
Breng, indien u nog andere brandbare materialen aantreft, volgens de bouwrichtlijnen voldoende niet-brandbaar
isolatiemateriaal volgens Eurobrandklasse A1 EN 13501-1 aan.
Ø
Houd bij het plaatsen van een vrijstaande haard rekening met de minimaal vereiste ruimte van de haard tot een
niet-brandbare wand. Deze afstand bedraagt 50 mm.
Ø
Gebruik kachelpijpmateriaal, dat minimaal voldoet aan EN 1856-2 T600.
Ø
Houd bij het plaatsen van de haard en/of de kachelpijpen rekening met de minimale afstand tot brandbare
objecten en materialen (zie Bijlage 1, Tabel 2 èn het typeplaatje voorin deze installatiehandleiding).
Ø
Plaats, in geval van een brandbare vloer, een beschermende vloerplaat (zie hoofdstuk 5.7).
Ø
Dek een vrijstaande haard niet af en/of pak deze niet in met een isolatiedeken of enig ander materiaal.
Ø
Sluit de haard aan op een geschikt rookgaskanaal.
Ø
Verwijder de eventueel aanwezige afsluitklep of schuif in het rookgaskanaal van de bestaande openhaard.
Ø
Laat het rookgaskanaal vooraf inspecteren en reinigen door een erkend schoorsteenveegbedrijf.
Ø
Breng zelf geen wijzigingen aan de haard aan.
Ø
Gebruik uitsluitend originele onderdelen ter vervanging.
Ø
Zorg voor voldoende ventilatie in de opstellingsruimte, plaats zonodig een extra luchttoevoeropening.
Ø
Zorg ervoor dat er nooit onderdruk in de opstellingsruimte optreedt. Sluit, indien van toepassing, de
buitenluchtaansluiting aan en haal daarmee de verbrandingslucht direct van buiten de woning.
Extra informatie indien u een inzet-/ inbouwtoestel installeert:
Ø
Gebruik onbrandbaar en hittebestendig materiaal volgens Eurobrandklasse A1 EN 13501-1 voor de boezem
(inclusief de bovenkant van de boezem), het materiaal in de boezem en de achterwand waartegen het toestel
wordt geplaatst. Zowel plaatmateriaal als steenachtige materialen zijn hiervoor mogelijk.
Ø
Neem afdoende maatregelen volgens de bouwrichtlijnen om te hoge temperaturen (>85 °C) van een wand achter
de boezem te voorkomen, inclusief de materialen en/of voorwerpen die zich achter de wand bevinden.
Ø
Houd rekening met de minimaal vereiste inwendige afmetingen van de boezem.
Ø
Het is mogelijk om door middel van ventilatieroosters extra convectiewarmte uit de boezem te halen.
Ø
Sluit, indien van toepassing, de convectie-opening aan met een flexibele aluminium pijp en ventilatie-elementen.
Deze zijn als accessoire te bestellen bij uw leverancier.
Ø
Gebruik, indien van toepassing, hittebestendige elektrische aansluitingen en plaats deze vrij van het toestel.
6

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
4. Uitpakken
Schenk aandacht aan de onderstaande punten bij het uitpakken:
Ø
Controleer het toestel met toebehoren op (transport)schade.
Ø
Installeer nóóit een beschadigde haard!
Ø
Neem, indien nodig, contact op met uw leverancier.
!LET OP
Houd plastic zakken bij kinderen vandaan.
Ø
In Bijlage 1, Tabel 1, staat vermeld over welke onderdelen u na het uitpakken dient te beschikken.
Ø
Om transporttechnische redenen ligt de vlamkeerplaat bij sommige toestellen op de bodem van de haard.
Voor het plaatsen van deze vlamkeerplaat verwijzen we, indien van toepassing, naar hoofdstuk 9
'Toestelspecifieke informatie'.
Ø
Door het transport kunnen onderdelen verschoven zijn. Controleer de positie van de keerplaat en
binnenbekledingsplaten.
Ø
Controleer vóór plaatsing de werking van de luchtschuif, de deursluiting en het eventuele draaimechanisme.
Voor het monteren/demonteren van deze onderdelen verwijzen we, indien van toepassing, naar hoofdstuk 9
'Toestelspecifieke informatie'.
Ø
Verwijder het eventueel achtergebleven straalgrit uit de luchtschuif.
Ø
Neem, indien nodig, contact op met uw leverancier.
Ø
Voer de verpakking af via de reguliere weg.
7

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
5. Installatie
Lees de handleiding zorgvuldig door voor een goede en veilige installatie van het toestel.
5.1 Voorschriften
Ø
Installeer de haard volgens de geldende Europese, nationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften.
Ø
Houdt u zich aan de instructies zoals vermeld in deze handleiding.
Ø
DRU Verwarming geeft geen garantie op de installatie en het onderhoud van de haard en is niet verantwoordelijk
voor eventueel hierdoor ontstane gevolgschade.
5.2 Rookgaskanaal
Voor het rookgaskanaal gelden de volgende eisen:
Ø
Het rookgaskanaal moet van tevoren geïnspecteerd worden door een specialist.
Ø
Het rookgaskanaal dient geschikt te zijn voor het stoken van een houtgestookt toestel.
Ø
De haard dient te worden aangesloten op een enkel, ongedeeld rookgaskanaal.
Ø
Het rookgaskanaal dient schoon en lekdicht te zijn.
Ø
Gebruik voor het rookgaskanaal materiaal, dat minimaal voldoet aan EN 1856-1 T450.
Ø
Gebruik voor de kachelpijp materiaal, dat minimaal voldoet aan EN 1856-2 T600.
Ø
De versleping in het rookgaskanaal mag maximaal 1,5 meter bedragen met een maximale hoek van 45 graden
vanuit het horizontale vlak, mits de trek in het kanaal niet te laag is.
Ø
Bij achteraansluiting op de haard mag het horizontale deel van het rookgaskanaal maximaal 500 mm bedragen.
Ø
Bij gebruik van de achteraansluiting van de haard op een verticaal rookgaskanaal dient een T-stuk met roetzak te
worden toegepast.
Ø
De diameter van het rookgaskanaal moet minimaal gelijk zijn aan de diameter van de rookgasafvoer van de haard.
Ø
De trek van het rookgaskanaal moet minimaal 12 Pascal zijn.
Ø
Plaats eventueel een rookgasventilator indien er te weinig trek is of er onderdruk in de opstelruimte ontstaat door
mechanische ventilatie in de woning.
Ø
In een (te) sterk trekkend kanaal (30 - 40 Pa) dient zonodig een rookgasklep worden aangebracht. Hiermee kan de
trek worden geregeld. Uw toestel kan uitgevoerd zijn met een "remkap" om een eventuele hoge trek te remmen
(zie, indien van toepassing, hoofdstuk 9 'Toestelspecifieke informatie').
Ø
Maak bij het plaatsen van een flexibele pijp altijd gebruik van de dubbelwandige rvs-uitvoering met een “gladde”
binnenzijde.
Ø
Om roestvorming en beschadiging van de binnenbekleding van de haard door vocht te beperken, dient bovenop
het rookgaskanaal een regenkap geplaatst te worden.
Ø
Het rookgaskanaal dient zelfdragend te zijn en mag niet op de haard rusten.
5.3 Convectie
Bij het installeren van een toestel in een holle boezem moeten convectie-openingen worden gecreëerd. Open,
indien van toepassing, de eventueel aanwezige convectie-openingen op het toestel volgens de beschrijving in
hoofdstuk 9 ‘Toestelspecifieke informatie’. Indien er geen convectie-openingen op het toestel aanwezig zijn, dient
u de noodzakelijke boezembeluchting en -ontluchting zelf te realiseren. Ga hierbij uit van een minimale
boezemontluchting van 200 cm 2 (aan de bovenzijde) en een minimale –beluchting van 200 cm 2 (aan de
onderzijde). Plaats de ontluchting aan de bovenzijde minimaal 30 cm onder het plafond en minimaal 180 cm van
de vloer.
NL

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
5.4 Toestellen met ventilator(en)
Toestellen, die zijn uitgevoerd met één of meerdere ventilatoren, verwarmen een ruimte sneller en verhogen het
comfort. Zodra de ventilator wordt ingeschakeld, is een aangenaam warme luchtstroom voelbaar. De ventilator is
op verschillende standen instelbaar. De luchtstroom kan zowel aan de voorzijde als via de convectie-openingen het
toestel verlaten. Voor meer informatie over toestellen met een ventilator, verwijzen we naar hoofdstuk 9
“Toestelspecifieke informatie”.
5.5 Landspecifieke installatie-eisen
Ø
Installeer het toestel volgens de geldende Europese, nationale, lokale en bouwkundige (installatie)voorschriften.
Voor Nederland geldt onder meer het Bouwbesluit.
5.6 Buitenluchtaansluiting (indien van toepassing)
Sommige haarden kunnen worden voorzien van een buitenluchtaansluiting. Voor een optimale werking van het
toestel dient in geval van een buitenluchtaansluiting met de volgende punten rekening te worden gehouden:
• De doorlaat van de buitenluchtaansluiting en eventueel de doorlaat van een rooster mag niet kleiner zijn dan
doorlaat van de buitenluchtaansluiting op de haard.
• Zorg ervoor dat er max. 4 pascal onderdruk ontstaat in de verbrandingsluchttoevoerleiding. Indien er een
hogere onderdruk ontstaat, zal de haard niet goed functioneren en kunnen er (hete) rookgassen terugstromen
in de toevoerleiding.
• Vermijd het plaatsen van de buitenluchttoevoer in een onderdruk gebied aan de buitenkant van het huis.
Plaats, indien mogelijk, een toevoerleiding met T-stuk naar 2 zijdes van het huis.
• De verbrandingsluchttoevoerleiding mag niet hoger als de onderkant van de haard geplaatst worden, dit om
het terugstromen van rookgassen te voorkomen.
• De verbrandingsluchttoevoerleiding die op de haard wordt aangesloten wordt dient van onbrandbaar
materiaal te zijn.
• De haard functioneert goed met een flexibele pijp van max. 11 mtr. en 4 bochten. Bij langere lengtes of meer
bochten is het raadzaam om een pijp met een grotere diameter (100-125mm) te plaatsen.
• Indien een kruipruimte goed belucht wordt met open roosters mag hier de verbrandingslucht vandaan
gehaald worden. Indien er geen goede beluchting in de kruipruimte is dan kunnen hier schadelijke
radongassen aangezogen worden, dit is niet toegestaan volgens de nationale regels.
Nadere informatie over de buitenluchtaansluiting vindt u, indien van toepassing, in hoofdstuk 9 ‘Toestelspecifieke
informatie’.
9

Nederlands
INSTALLATIEHANDLEIDING
5.7 Plaatsen haard algemeen
!Let op
• Breng zelf geen wijzigingen aan de haard aan.
• Gebruik schone stoffen handschoenen, vermijd vingerafdrukken op de haard en kachelpijpen.
• Plaats de haard afhankelijk van het type ophanging op een vloer, tegen een wand of aan een plafond met
voldoende draagkracht.
• Plaats, in geval van een brandbare vloer, een brandwerende vloerplaat. De vloerplaat van niet-brandbaar
materiaal dient minimaal 300 mm voor de haard uit te steken en minimaal 300 mm breder te zijn dan de
haard.
Controleer deze afstanden, voor plaatsing, aan de hand van de geldende nationale/locale wetgeving.
!Tip
Een vloerplaat beschermt tegen gloeiende asdeeltjes en voorkomt het vuil worden van bijvoorbeeld een marmeren
of plavuizen vloer. Daarom adviseren wij het gebruik van een brandwerende vloerplaat ook bij plaatsing van
toestellen aan de wand of aan het plafond.
Ø
Controleer op de maatschets van de haard welke diameter kachelpijp u nodig heeft (zie Bijlage 1, tabel 2).
Ø
Gebruik een kachelpijp, die minimaal voldoet aan de normen, zoals vastgelegd in EN 1856-2 T600.
Ø
Plaats de kachelpijpen zodanig, dat nooit een brandgevaarlijke situatie kan ontstaan.
Ø
Houd bij het plaatsen van een vrijstaande haard rekening met de minimaal vereiste ruimte van de haard tot een
niet-brandbare wand. Deze afstand bedraagt 50 mm.
Ø
Houdt bij het plaatsen van de haard en/of de kachelpijpen rekening met de minimale afstand tot brandbare
objecten en materialen zoals aangegeven in Bijlage 1, tabel 2;
Ø
Neem afdoende maatregelen om te hoge temperaturen van een eventuele wand achter de boezem te voorkomen.
Dit geldt ook voor materialen en/of voorwerpen die zich achter de wand bevinden.
Ø
Houdt u zich aan de eisen met betrekking tot het rookgaskanaal, zoals beschreven in paragraaf 5.2.
Voor eventuele toestelspecifieke aanwijzingen verwijzen we naar hoofdstuk 9 'Toestelspecifieke informatie'.
!LET OP
Houd, indien u een inbouwtoestel installeert, rekening met:
• De minimale inbouwafmetingen volgens Bijlage 1, Tabel 2.
10
Este manual sirve para los siguientes modelos
1
Tabla de contenidos
Idiomas:
Otros manuales de Estufa de leña de Dik Geurts

Dik Geurts
Dik Geurts Noa Medium Manual de usuario

Dik Geurts
Dik Geurts Jannik Medium LowEA Guía

Dik Geurts
Dik Geurts Jannik Medium Low Guía

Dik Geurts
Dik Geurts Ivar 5-01, Low Guía

Dik Geurts
Dik Geurts Instyle 600V Next Guía

Dik Geurts
Dik Geurts 8900010903 Manual de funcionamiento

Dik Geurts
Dik Geurts Modivar 5 EA Guía

















